BFFS

3.

Welke minimum vermeldingen moeten in de statuten van een stichting van openbaar nut en een private stichting worden opgenomen?

De gewijzigde of nieuwe statuten van de stichting moeten tenminste de volgende vermeldingen bevatten (artikel 28 van de wet):

  • de naam, voornamen, woonplaats, de geboortedatum en -plaats van elke stichter of, ingeval het een rechtspersoon betreft, de naam, de rechtsvorm en het adres van de zetel;

  • de naam van de stichting;

  • de precieze omschrijving van het doel of de doeleinden waarvoor de stichting is opgericht, alsook de activiteiten die de stichting beoogt om haar doeleinden te bereiken (zie vraag nr. 4 hierna);

  • het adres van de zetel van de stichting die in België moet gevestigd zijn;

  • a) de wijze van benoeming, van afzetting en van ambtsbeëindiging van de bestuurders, de omvang van hun bevoegdheden en de wijze waarop zij deze uitoefenen;

  • b) indien de stichting vertegenwoordigingsbevoegdheid wenst toe te kennen aan bepaalde bestuurders: de wijze van benoeming, van afzetting en van ambtsbeëindiging van de personen gemachtigd om de stichting te vertegenwoordigen, de omvang van hun bevoegdheden en de wijze waarop zij deze uitoefenen (zie vraag nr. 9 hierna);

  • indien de stichting het dagelijks bestuur wenst toe te kennen aan bepaalde personen: de wijze van benoeming, van afzetting en van ambtsbeëindiging van de personen aan wie het dagelijks bestuur van de stichting is opgedragen, de omvang van hun bevoegdheden en de wijze waarop zij deze uitoefenen (zie vraag nr. 10 hierna);

  • de bestemming van het vermogen van de stichting bij ontbinding, dat voor een belangeloos doel moet worden aangewend;

  • de voorwaarden waaronder de statuten kunnen worden gewijzigd;

  • de wijze van regeling van belangenconflicten (zie vraag nr. 5 hierna).

De wet verbiedt niet om in de statuten andere vermeldingen op te nemen waarvan de raad van bestuur meent dat zij nuttig zijn voor de goede werking van de stichting. De statuten kunnen, bijvoorbeeld, voorzien in de oprichting van een financieel comité van de stichting dat tot doel heeft voorstellen te doen aan de raad van bestuur met betrekking tot alle maatregelen in verband met het financiële beheer van de stichting en haar vermogen.