BFFS

13.

Welke documenten moeten worden neergelegd en waar moeten deze worden neergelegd?

Ieder jaar en ten laatste binnen zes maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar maakt de raad van bestuur de jaarrekening van het voorbije boekjaar op, alsook de begroting van het volgende boekjaar (artikel 37, §1er van de wet van 27 juni 1921).

De goedgekeurde jaarrekening van de stichtingen van openbaar nut en van de private stichtingen moet worden neergelegd in het dossier dat door de griffie van de rechtbank van Koophandel van het gerechtelijk arrondissement waar de stichting gevestigd is, wordt bijgehouden.

In bepaalde gevallen, moet de jaarrekening ook worden neergelegd bij de Nationale Bank van België (zie artikel 37 §6 van de wet van 27 juni 1921). Dit geldt voor de “grote” stichtingen (overeenkomstig de boekhoudkundige bepalingen) van openbaar nut of private stichtingen.

De jaarrekening van de stichting van openbaar nut moet niet meer in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad worden gepubliceerd en de door de raad van bestuur goedgekeurde begroting moet noch gepubliceerd, noch meegedeeld worden aan de FOD Justitie.

De Commissie voor Boekhoudkundige Normen kan eveneens inlichtingen geven met betrekking tot de boekhouding, en dit overeenkomstig artikel 37§ 8 van de wet van 27 juni 1921, ingevoerd door artikel 281 van de programmawet van 27 december 2004.