BFFS

12.

Moet de stichting nog een machtiging aan de Koning vragen om een vrijgevigheid te ontvangen?

De giften onder levenden of bij testament die 100.000 € overschrijden moeten een machtiging krijgen van de Minister van Justitie of zijn afgevaardigde. Elke vrijgevigheid wordt geacht te zijn gemachtigd wanneer de minister van Justitie of zijn vertegenwoordiger niet heeft gereageerd binnen een termijn van drie maanden te rekenen van het aan hem gericht verzoek tot machtiging.

Deze machtiging is niet vereist voor de aanneming van giften onder de vorm van een handgift zelfs wanneer de waarde hoger is dan 100.000 €.

Volgende stukken dienen bij het verzoek tot machtiging in uitvoering van de artikelen 33 van de wet van 27 juni 1921 te worden gevoegd (ministerieel besluit van 14 april 2005 gepubliceerd in het B.S. van 25 april 2005):

Een verklaring ondertekend door de notaris die de akte opmaakt, met de vermelding van:

  • de precieze identiteit van de schenker/van de overleden persoon, evenals de datum van overlijden van deze laatstede;
  • de precieze identiteit van de begunstigde stichting(en), met inbegrip van het ondernemingsnummer;
  • het gegeven dat de nettowaarde, te weten de waarde na afhouding van successierechten, diverse kosten en honoraria, van de schenking/van het legaat meer bedraagt dan 100.000 €.

Een eensluidend verklaard afschrift door de perso(o)n(en) die statutair gemachtigd zijn, van de beraadslaging van de raad van bestuur van de stichting waarin om het volgende verzocht wordt:

  • hetzij de machtiging om de schenking definitief aan te nemen; deze beslissing moet plaatsvinden na de akte van schenking;
  • hetzij de machtiging om het legaat aan te nemen.

Een certificaat afgegeven door de griffier van de rechtbank van koophandel van de zetel van de stichting als bewijs van de neerlegging van de laatste jaarrekening van de stichting.

De stichtingen van openbaar nut moeten dit certificaat overmaken voor de verzoeken om machtiging ingediend vanaf 1 januari 2006.