BFFS

5.

Wat verstaat men onder de wijze van regeling van belangenconflicten?

De wet geeft geen definitie van het begrip “belangenconflict”.

Zij heeft betrekking op de volgende situatie: een beslissing dient genomen te worden door de raad van bestuur en een bestuurder heeft er een persoonlijk, direct of indirect, vermogens-, of volgens sommige auteurs zelfs een moreel, belang bij dat de beslissing in een voor hem voordelige richting wordt genomen (bijvoorbeeld: de stichting wenst een onroerend goed te huren dat toebehoort aan de bestuurder of zijn echtgenoot of één van zijn kinderen aan te werven om tegen betaling voor de stichting te werken). In dat geval, moeten de statuten een procedure voorzien die de raad van bestuur toelaat geïnformeerd te zijn over dit belangenconflict en de mogelijkheid biedt in alle objectiviteit en onafhankelijkheid, en zonder enige druk van de betreffende bestuurder een beslissing te kunnen nemen.

Om te beantwoorden aan deze wettelijke verplichting, stelt de FOD Justitie voor om de volgende formulering op te nemen in de statuten:

“In geval van belangenconflicten, licht de betreffende bestuurder de raad van bestuur in alvorens de raad van bestuur een beslissing neemt. Hij neemt noch deel aan de beraadslaging van de raad noch aan de stemming over de beslissing. Zijn gemotiveerde verklaring wordt toegevoegd aan het proces-verbaal van de vergadering”.

Bovendien, wanneer het dagelijks bestuur wordt toevertrouwd aan één of meerdere personen die geen bestuurder zijn (zoals artikel 35 van de wet van 27 juni 1921 toelaat), lijkt het eveneens aangewezen om een gelijkaardige regeling van belangenconflicten zoals voor de raad van bestuur te voorzien.